Missie, Visie

Op onze school leren kinderen samen, van en met elkaar, vanuit betrokkenheid en zelfbewustzijn, de wereld om hen heen te begrijpen. Onze wereld vraagt verschillende vaardigheden. In deze leeromgeving wordt met passie gewerkt aan alle ontwikkelingsgebieden, zoals: rekenen, lezen, schrijven, spellen en sociale vaardigheden. De Kring geeft ruimte voor een brede ontwikkeling van creatieve, sociale -en intellectuele talenten, zodat kinderen optimaal op de toekomst worden voorbereid.

Onze visie gaat uit van de volgende kernwaarden: betrokken - open - verbinding - eigen wijze.


Veiligheid als basis

Binnen een veilige leef- en leergemeenschap/mini-samenleving waarin het kind zichzelf kan zijn, kan en mag vallen en leert om weer op te staan, zich gewaardeerd voelt, 'goed in zijn vel zit' komt een kind tot leren. Dit betekent dat het van groot belang is om aandacht te besteden aan de mini-samenleving die wij in de school creëren.

Betrokken, leergierig

Kinderen zijn van nature heel nieuwsgierig en leergierig. Al van jongs af aan willen ze zelf de wereld verkennen en ontdekken. Ze leren zoveel omdat ze dit zelf willen, intrinsiek gemotiveerd zijn. Dit willen wij graag vasthouden en gebruiken. Want als een kind uit zichzelf betrokken is, nieuwe dingen wil leren zal het zoveel meer leren en een leven lang leren.

Uitgangspunt in ons onderwijs moet dus zijn om een veilige, uitdagende, rijke en geordende leeromgeving te creëren waarin kinderen open staan om te leren, leergierig zijn. Bij de uitwerking van de leeromgeving nemen we onze eigen ervaringen mee vanuit het Jenaplan en de nieuwe inzichten binnen het onderwijs.


Deze leeromgeving bevat de volgende pijlers:

  • Ik ben en ik, jij bent jij, samen zijn wij, wij. Leren samen leren, samen leven.

Leren gebeurt in interactie met elkaar. Door jezelf te spiegelen met anderen leer je wie je bent, doe je zelfkennis op en ontwikkel je zelfvertrouwen. Anderen kunnen je motiveren, energie geven en uitdagen om je verder te ontwikkelen. Naast jezelf leren kennen, kun je ook veel van en met elkaar leren. Niet alleen wissel je informatie uit maar door erover te praten, te discussiëren stimuleert het de hersenen en blijft het beter beklijven. Door van en met elkaar leren ontwikkel je je communicatieve vaardigheden. Samenwerken en samen leren moet je oefenen dit gaat niet vanzelf. Door gebruik te maken van coöperatieve werkvormen leren kinderen verschillende rollen aan te nemen binnen een groep, leren ze dat ze elkaar nodig hebben en elkaar aanvullen om samen het doel te kunnen bereiken. Naast jezelf leren kennen en samen leren, is de school ook een mini-samenleving (leefgemeenschap). Binnen deze veilige setting leren kinderen hoe je samen moet leven. Denk bijvoorbeeld aan omgangsregels, rekening houden met elkaar, sociale vaardigheden, verantwoordelijkheid nemen, delen van ervaringen.
Deze vaardigheden zijn ontzettend belangrijk in hun
verdere leven.

  • Werkelijkheidsnabij. Betekenisvol en zinvol.

Kinderen leren in de context. Kinderen leren nieuwe dingen/kennis door ze te verbinden met dat wat ze al weten, door verbindingen te leggen met andere vakken en de wereld om hen heen. Dit betekent dat het leren van kennis en vaardigheden niet in losse vakken geleerd moet worden maar dat het verbonden is met elkaar,
in samenhang. Daarnaast is het van belang dat het betekenis heeft voor de leerling (betekenisvol) dat de dingen die ze leren passen bij hun belevingswereld, werkelijkheidsnabij is/levensecht zijn. Kinderen willen leren als ze weten waarom het van belang is om te leren, dat ze het toepassen in hun dagelijks leven (zinvol). Kinderen leren door te experimenteren, te ervaren en te onderzoeken.

  • Aansluiten bij de mogelijkheden van het kind.

De Kring wil een school zijn voor 'eigenwijze' kinderen. Kinderen moeten in hun eigen tempo, op eigen niveau, op hun eigen wijze/manier, door het opdoen van eigen ervaringen leren. Dit betekent dat er een breed aanbod is waarbinnen je kunt afstemmen op het kind door bijv. aanpassingen te doen op tempo, niveau, behoefte aan instructie, verschillende leerstijlen. Kinderen moeten ook leren wat bij hen past. Dit betekent dat je een breed aanbod hebt en dat kinderen ook uitgedaagd worden. Het is dus niet alleen afstemmen maar ook kennis laten maken met, uitdagen zodat kinderen hun eigen wijze ontdekken.

  • Geordend. 

Kinderen hebben behoefte aan een geordende leeromgeving. Om op deze manier te kunnen werken is het heel belangrijk dat kinderen weten wat er van hen verwacht wordt. Het moet duidelijk zijn wat, hoe, wanneer, met wie en waar. Het is heel belangrijk dat ze weten wat er van hen verwacht wordt. Om samen te kunnen leren en leven zal je ook samen omgangsregels af moeten spreken en bij moeten stellen. Geordend zit hem ook in de leerstof. Verbinding leggen tussen dat wat je al weet en wat je hebt geleerd of gaat leren. Verbinding leggen tussen de vakken. Structuur aanbrengen in de leerstof. Weten op welke manier de lesstof het beste aangeboden kan worden. Herhaling is hierin ook belangrijk.

  • Het leerproces is zeker zo belangrijk als het resultaat.

Dit wordt ook wel procesgericht genoemd. Natuurlijk is het belangrijk dat kinderen de belangrijke kennis en basisvaardigheden leren. Maar de manier waarop is zeker zo belangrijk. Kinderen doen tijdens het leerproces ook heel veel belangrijke vaardigheden op.

Hiermee bedoelen we dat kinderen zich bewust worden van hun eigen proces en leren. Dat ze vooraf nadenken over dat wat je wil leren en hoe je dat wilt doen.
Dat je verantwoordelijk bent voor je eigen leren. Tijdens het proces kun je ook tegen dingen aanlopen, je neus stoten. Problemen oplossen is dus ook van belang.
En achteraf is het goed om te reflecteren en te evalueren op het resultaat, maar zeker ook op het proces zodat ze leren leren en zichzelf leren aansturen.

  • Initiatiefrijk. Actieve rol van leerling en leerkracht. 

Wil je ervoor zorgen dat kinderen betrokken zijn dan moeten zij het gevoel hebben dat ze eigenaar zijn van hun eigen leerproces, dat ze zelf keuzes mogen maken, mee mogen bepalen over dat wat ze willen leren en op welke manier. Naast de actieve rol van de leerling zien wij ook een actieve rol van de leerkracht. De leerling en leerkracht vullen elkaar aan en geven beiden actief vorm aan het onderwijs. De leerkracht heeft een helicopterview, observeert, houdt overzicht over het leerproces, het aanbod, de leerdoelen en het groepsproces. Om van daaruit te bepalen wat nodig is. Afhankelijk van het kind en de situatie bepaalt de leerkracht zijn of haar rol en welke werkvormen ingezet worden. Dit kan zijn sturing geven, instructie geven, observeren, coachen, begeleiden, stimuleren, feedback geven, confronteren, etc.